© 2011
Ontwikkelingsgericht werken
Kinderen leren spelend en actief in relatie met de omgeving:
de pedagogisch medewerkers, de andere kinderen en de fysieke omgeving (inrichting, spelmateriaal).
Ieder kind heeft de drang in zich om zich te ontwikkelen en doet dit in zijn eigen tempo.
Daarbij heeft het kind ook de omgeving nodig. Een omgeving die voldoende veiligheid
en geborgenheid biedt, waarin het kind zich gerespecteerd en gewaardeerd weet,
en die voor voldoende stimulans en uitdaging zorgt. Steeds zal er sprake zijn van
een wisselwerking tussen aanleg (datgene wat het kind in zich heeft) en omgeving.
In elke fase van zijn ontwikkeling heeft het kind weer andere behoeften en interesses
en leert het kind weer een aantal nieuwe dingen. Wij stimuleren kinderen in dit
ontwikkelingsproces door uit te gaan van wat het kind al zelf kan, wat nog buiten zijn
bereik ligt en wat het met een beetje hulp van ons wel zelf kan (zone van de naaste ontwikkeling).
Stapje voor stapje leert het kind het helemaal zelf te doen.
Voorbeeld:
Een pedagogisch medewerker prikt een stukje brood aan een vorkje en geeft het vorkje
aan een baby. De baby kan al zelf het vorkje vasthouden en het brood er afhappen.
De omgeving een inspiratiebron
Daarnaast is de omgeving een inspiratiebron voor kinderen om de wereld en haar mogelijkheden
te ontdekken: de pedagogisch medewerker die tijdens het kleien zelf een ook een balletje rolt,
de andere kinderen die een ontdekking doen in de bouwhoek, de kinderen en de pedagogisch
medewerker die de tafel dekken of speelgoed opruimen en bv. de pannetjes die op het fornuisje in de poppenhoek staan.
Welbevinden en betrokkenheid van de kinderen zijn voorwaarden voor de ontwikkeling.
Een kind dat goed in zijn/haar vel zit (door veiligheid en geborgenheid te bieden en daarbij oog
te hebben voor de behoeftes van het kind) zal het kind nieuwsgierig zijn naar wat de omgeving
te bieden heeft. Door te zorgen dat activiteiten, materialen en inrichting uitdagend,
maar ook veilig genoeg zijn en voldoen aan de behoeftes en interesses van het kind,
kan een kind geboeid opgaan in zijn spel (betrokkenheid) en allerlei vaardigheden
en kennis opdoen (ontwikkeling).
Voorbeeld:
een dreumes die lekker in de zandbak durft te spelen tussen de drukke kinderen omdat
de pedagogisch medewerker erbij zit en meespeelt of een energieke peuter die tijdens
het eten even van tafel kan om de washandjes te halen.
Kinderen leren door doen, uitproberen, ontdekken, kijken, imiteren, meedoen en aanwijzingen.
Wij hebben een actieve rol. Wij scheppen voorwaarden voor leren en ontwikkeling.
Wij zien kansen voor spel, leren en contact die zich spontaan voordoen.
We creƫren kansen door activiteiten aan te bieden die aansluiten bij het ontwikkelingsniveau,
de behoeftes en de interesses van de kinderen. Pedagogisch medewerkers kijken en luisteren naar kinderen, praten met kinderen, spelen mee en helpen waar nodig.
Meer hierover kunt u lezen in het pedagogisch beleid en het pedagogisch werkplan.